Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

Nederlandse

God is een 

Johannes 17:3 (Het Boek)

 3Het eeuwige leven is dat zij U kennen als de enig ware God, en Jezus als de Christus Die U naar de aarde hebt gestuurd.

Markus 15:34 (Het Boek)

 34Om drie uur riep Jezus luid in het Aramees: "Eloï, Eloï, lama sabachthani?" Dit betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

Jesaja 44:6 (Het Boek)

 6De HERE, de koning van Israël, zegt (ja, Israëls verlosser, de HERE van de hemelse legers, zegt het): Ik ben de eerste en de laatste; er bestaat geen andere God.

Hebreeën 1:10 (Het Boek)

 10Hij wordt ook 'Here' genoemd, als er staat: "Here, in het begin hebt U de aarde gemaakt; en de hemel is het werk van Uw handen.

Efeziërs 4:6 (Het Boek)

 6En wij hebben allemaal één en dezelfde God en Vader, Die boven ons allen staat, Die in ons allen is en door ons allen werkt.

1 Corinthiërs 8:6 (Het Boek)

 6Er is maar één God: de Vader, door Wie alles is en voor Wie wij leven. En er is ook maar één Here: Jezus Christus, door Wie alles is gemaakt en Die ons het leven heeft gegeven.

1 Corinthiërs 12:4-6 (Het Boek)

 4De bijzondere gaven zijn verschillend, maar ze worden gegeven door dezelfde Geest.

 5De taken zijn verschillend, maar ze worden opgedragen door dezelfde Here.

 6De aktiviteiten zijn verschillend, maar ze worden ontplooid door dezelfde God, Die alles in ons allen bewerkt.

1 Timotheüs 1:17 (Het Boek)

 17Alle eer en heerlijkheid is voor God, voor altijd en eeuwig. Hij is de Koning van alle eeuwen, de Onzichtbare, Die nimmer sterft. Alleen Hij is God. Amen.

Romeinen 3:30 (Het Boek)

 30Natuurlijk, er is maar één God. Hij spreekt Joden èn andere mensen vrij op voorwaarde dat zij in Jezus Christus geloven.

1 Timotheüs 2:5 (Het Boek)

 5God staat aan de ene kant en de mensen die tegen Hem ingaan, zijn aan de andere kant. En Jezus Christus, Die Zelf mens is, staat als enige middelaar tussen hen in.

Deuteronomium 4:39-40 (Het Boek)

 39Daarom zeg ik u vandaag en dat moet u goed onthouden: De HERE is de God van hemel en aarde en er is geen andere God dan Hij!

 40De wetten en geboden die ik u hier vandaag doorgeef, moet u gehoorzamen; dan zal het u en uw kinderen goed gaan en mag u voor altijd wonen in het land, dat de HERE, uw God, u geeft."

Psalmen 113:5 (Het Boek)

 5Is iemand te vergelijken met de HERE? Met onze God, Die zo onmeetbaar hoog woont?

Psalmen 89:2 (Het Boek)

 2 Ik wil alleen nog maar zingen van de goedheid en genade van de HERE, van alles wat Hij voor mij heeft gedaan. Van generatie op generatie zal ik getuigen over Uw trouw.

Psalmen 93:2 (Het Boek)

 2Al van eeuwigheid af regeert U op Uw troon; deze staat vast gefundeerd.

1 Kronieken 17:20 (Het Boek)

 20HERE, er is niemand zoals U; er bestaat geen andere God. Wij hebben zelfs nog nooit gehoord van een andere God dan U.

1 Koningen 8:23 (Het Boek)

 23"O HERE, God van Israël, er is geen God zoals U in de hemel of op aarde; want U bent liefdevol en trouw en U houdt Uw beloften aan Uw volk als het Uw wil doet.

2 Samuël 7:22 (Het Boek)

 22O HERE God, wat bent U groot! Wij hebben nooit gehoord over een andere God zoals U. En er is ook geen andere God buiten U, die ons dit alles hebt bekend gemaakt.

Jesaja 40:28 (Het Boek)

 28Begrijpt u het dan nog niet? Weet u nu nog niet dat de eeuwige God, de schepper van de verste uithoeken van de aarde, nooit moe of lusteloos wordt? Niemand kan de diepten van Zijn begrip peilen.

Jesaja 43:10-11 (Het Boek)

 10En Ik heb getuigen, Israël, zegt de HERE! U bent mijn getuigen en dienaren, gekozen om Mij te kennen en te geloven en te begrijpen dat alleen Ik God ben. Er bestaat geen andere God; die is er nooit geweest en zal er ook nooit zijn.

 11Ik ben de HERE en er bestaat geen redder buiten Mij.

Jesaja 44:24 (Het Boek)

 24De HERE, uw verlosser, Die u maakte, zegt: Alle dingen werden door Mij gemaakt; Ik strekte de hemelen uit. Ik maakte de aarde en alles wat zich daarop bevindt.

Jesaja 45:5 (Het Boek)

 5Ik ben de HERE; er bestaat geen andere God. Ik zal u kracht geven om overwinningen te behalen, ook al kent u Mij niet.

Jesaja 45:18 (Het Boek)

 18Want zo zegt de HERE, Die de hemelen heeft geschapen; Hij is God, Die de aarde heeft gevormd en toebereid (Hij heeft haar niet als een woestheid (B) geschapen), opdat zij bewoond zou zijn: Ik ben de HERE en er bestaat geen andere God!

Jezus is niet God

Johannes 17:3 (Het Boek)

 3Het eeuwige leven is dat zij U kennen als de enig ware God, en Jezus als de Christus Die U naar de aarde hebt gestuurd.

Lukas 6:12 (Het Boek)

 12Korte tijd daarna ging Hij de bergen in om te bidden. Hij bad de hele nacht tot God.

Markus 14:32 (Het Boek)

 32Zij kwamen bij Gethsemané, een tuin op de helling van de Olijfberg.

Markus 15:34 (Het Boek)

 34Om drie uur riep Jezus luid in het Aramees: "Eloï, Eloï, lama sabachthani?" Dit betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

 

Numberi 23:19 (Het Boek)

 19God is geen man, dat Hij zou liegen; Hij verandert niet van gedachten zoals mensen doen. Heeft Hij ooit iets beloofd zonder Zijn belofte na te komen?

Lukas 24:19-20 (Het Boek)

 19"Wat voor dingen dan?" vroeg Jezus. "Wel", zeiden ze, "wat ze hebben gedaan met Jezus van Nazareth. Die Man was een profeet. Hij deed ongelooflijke wonderen en was een geweldige leraar. Hij stond hoog in aanzien bij God en de mensen.

 20Maar de hogepriesters en leiders van ons volk hebben Hem gevangen genomen en uitgeleverd aan de Romeinen. En die hebben Hem gekruisigd.

Mattheüs 1:16 (Het Boek)

 16Matthan was de vader van Jakob; Jakob de vader van Jozef, die getrouwd was met Maria, de moeder van Jezus, die Christus genoemd wordt.

Galaten 4:4 (Het Boek)

 4Maar toen de juiste tijd gekomen was, de tijd die God daarvoor had bepaald, stuurde God Zijn Zoon, Die als mens uit een Joodse moeder werd geboren en aan de Joodse wet onderworpen was.

Job 25:4-6 (Het Boek)

 4Hoe kan een gewone sterveling voor God gaan staan en beweren dat hij rechtvaardig is? Wie op aarde kan in ernst zeggen dat hij rein is?

 5God heeft zoveel heerlijkheid dat zelfs de maan en de sterren vergeleken bij Hem in het niet vallen.

 6Hoeveel minder is dan de mens! Die is immers slechts een worm in Zijn ogen!"

 

Jakobus 1:13 (Het Boek)

 13Maar als u moeite hebt om de zonde het hoofd te bieden, moet u niet zeggen dat God u in de verleiding brengt. God heeft nooit de neiging iets slechts te doen en Hij brengt niemand in verleiding.

Lukas 4:1-2 (Het Boek)

 1Jezus ging vol van de Heilige Geest uit de Jordaanvallei weg.

 2De Geest leidde Hem naar de woestijn van Judea waar Hij veertig dagen bleef. Daar probeerde de duivel voortdurend Hem te verleiden om naar hem te luisteren. Al die tijd at Jezus niets en op het laatst kreeg Hij veel honger.

 

Psalmen 50:12 (Het Boek)

 12Wanneer Ik honger heb, zal Ik u niet te hulp roepen, want alles op de hele wereld is van Mij.

Mattheüs 21:18 (Het Boek)

 18De volgende morgen ging Hij weer naar Jeruzalem. Onderweg kreeg Hij honger.

 

Jesaja 40:28 (Het Boek)

 28Begrijpt u het dan nog niet? Weet u nu nog niet dat de eeuwige God, de schepper van de verste uithoeken van de aarde, nooit moe of lusteloos wordt? Niemand kan de diepten van Zijn begrip peilen.

Johannes 4:6-7 (Het Boek)

 6en daar was ook de bron van Jakob. Jezus was moe van het lopen en rustte uit bij de bron; dat was omstreeks twaalf uur 's middags.

 7Er kwam een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus vroeg of zij Hem wat te drinken wilde geven.

 

Galaten 6:7 (Het Boek)

 7Maak uzelf niets wijs: God laat niet met Zich spotten. Wat iemand zaait, zal hij ook oogsten.

Lukas 22:63 (Het Boek)

 63De soldaten die Jezus moesten bewaken, begonnen een gemeen spel met Hem te spelen.

 

1 Timotheüs 1:17 (Het Boek)

 17Alle eer en heerlijkheid is voor God, voor altijd en eeuwig. Hij is de Koning van alle eeuwen, de Onzichtbare, Die nimmer sterft. Alleen Hij is God. Amen.

Lukas 23:46 (Het Boek)

 46Op dat moment riep Jezus: "Vader, Ik vertrouw mijn geest aan U toe!" En met die woorden blies Hij Zijn laatste adem uit.

 

Handelingen 3:13 (Het Boek)

 13De God van Abraham, Isaäk en Jakob geeft hiermee eer aan Zijn dienaar Jezus, Die door u aan de Romeinen is uitgeleverd.

Handelingen 4:27 (Het Boek)

 27Dat is nu precies wat hier in Jeruzalem gebeurt! Herodes en Pontius Pilatus hebben, samen met de volken van Israël en Rome, de handen ineengeslagen om te strijden tegen Uw dienaar Jezus.

Handelingen 4:30 (Het Boek)

 30Laat zien dat U achter ons staat, door mensen te genezen. Laten er wonderen en tekenen gebeuren wanneer wij namens Uw dienaar Jezus optreden."

 

Johannes 6:14 (Het Boek)

 14Het drong tot de mensen door dat Hij iets geweldigs had gedaan. "Ja", zeiden zij, "Hij moet de Profeet zijn, die komen zou!"

 

God heeft Jezus

Johannes 4:34 (Het Boek)

 34Jezus antwoordde: "Mijn voeding is het doen van de wil van God, Die Mij gezonden heeft, en het volbrengen van Zijn werk.

Johannes 7:16 (Het Boek)

 16Jezus antwoordde: "Wat Ik u leer, heb Ik niet van Mijzelf, maar van God. Hij heeft Mij gestuurd.

Markus 9:37 (Het Boek)

 37"Wie uit liefde voor Mij zo'n kind ontvangt, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt mijn Vader, Die Mij gestuurd heeft."

Mattheüs 10:40 (Het Boek)

 40Wie jullie ontvangt, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt God Die Mij gestuurd heeft.

Mattheüs 15:24 (Het Boek)

 24Jezus zei tegen de vrouw: "Ik ben gestuurd om de Joden te helpen en niet de andere volken."

 

Jezus was een profeet

Lukas 13:31-33 (Het Boek)

 31Op dat moment kwamen enkele Farizeeërs bij Hem en zeiden: "Ga hier zo vlug mogelijk vandaan, want Herodes wil U laten doden!"

 32Jezus antwoordde: "Zeg maar tegen die vos dat Ik vandaag en morgen gewoon doorga met het wegjagen van boze geesten en het genezen van zieken.

 33Het duurt niet lang meer tot Ik klaar ben. Hoe dan ook, Ik moet nog een paar dagen verder reizen. Want het is niet mogelijk dat een profeet van God ergens anders wordt gedood dan in de stad Jeruzalem.

Mattheüs 15:24 (Het Boek)

 24Jezus zei tegen de vrouw: "Ik ben gestuurd om de Joden te helpen en niet de andere volken."

Mattheüs 10:5-6 (Het Boek)

 5Jezus stuurde hen erop uit met de opdracht: "Ga niet naar de ongelovigen of de Samaritanen,

 6maar alleen naar het volk van Israël, Gods verloren schapen.

Mattheüs 21:11 (Het Boek)

 11De mensen die met Jezus waren meegekomen, antwoordden: "Dit is Jezus, de profeet uit Nazareth in Galilea."

Lukas 24:19 (Het Boek)

 19"Wat voor dingen dan?" vroeg Jezus. "Wel", zeiden ze, "wat ze hebben gedaan met Jezus van Nazareth. Die Man was een profeet. Hij deed ongelooflijke wonderen en was een geweldige leraar. Hij stond hoog in aanzien bij God en de mensen.

Hebreeën 3:1 (Het Boek)

 1Broeders, God heeft u voor Zichzelf afgezonderd en u uitgekozen om u met ons een hemelse bestemming te geven. Daarom wil ik dat u uw aandacht richt op Jezus, de apostel van God en de hogepriester van ons geloof.

Johannes 6:14 (Het Boek)

 14Het drong tot de mensen door dat Hij iets geweldigs had gedaan. "Ja", zeiden zij, "Hij moet de Profeet zijn, die komen zou!"

Mattheüs 21:46 (Het Boek)

 46Daarom wilden zij Jezus gevangen laten nemen. Maar zij durfden niet, omdat ze bang waren voor de mensen, die in Hem een profeet zagen.

 

Jezus is moslim

'Christenen'

Handelingen 11:26 (Het Boek)

 26Daar waren zij samen een heel jaar bij de volgelingen van Jezus te gast en gaven vele mensen onderwijs. In Antiochië werden de volgelingen van Jezus Christus voor het eerst 'christenen' genoemd.

1 Petrus 4:14 (Het Boek)

 14Wees blij als u uitgescholden wordt omdat u bij Jezus hoort. Want als dat gebeurt, is dat het bewijs dat de heerlijkheid van de Geest van God op u rust.

1 Petrus 4:16 (Het Boek)

 16Als u moet lijden omdat u christen bent, hoeft u zich niet te schamen, maar u kunt God ervoor prijzen dat u de naam van Christus draagt.

 

Islam / Moslim

God is een

Johannes 17:3 (Het Boek)

 3Het eeuwige leven is dat zij U kennen als de enig ware God, en Jezus als de Christus Die U naar de aarde hebt gestuurd.

Jesaja 44:6 (Het Boek)

 6De HERE, de koning van Israël, zegt (ja, Israëls verlosser, de HERE van de hemelse legers, zegt het): Ik ben de eerste en de laatste; er bestaat geen andere God.

Mattheüs 4:10 (Het Boek)

 10"Ga weg, satan", zei Jezus. "Er staat immers in de Boeken: 'Geef niemand anders eer dan de Here, uw God. Doe alleen wat Hij zegt."

Markus 12:29-30 (Het Boek)

 29Jezus antwoordde: "Dat is: Luister Israël, de Here, onze God, is de enige God.

 30U moet Hem liefhebben met heel uw hart, ziel en verstand.

1 Corinthiërs 12:5-6 (Het Boek)

 5De taken zijn verschillend, maar ze worden opgedragen door dezelfde Here.

 6De aktiviteiten zijn verschillend, maar ze worden ontplooid door dezelfde God, Die alles in ons allen bewerkt.

Efeziërs 4:5 (Het Boek)

 5Voor ons is er maar één Heer, één geloof en één doop.

1 Corinthiërs 8:4-5 (Het Boek)

 4Wel, als het om dat eten gaat, weten wij dat er geen andere goden bestaan.

 5Er is maar één God. Ook al zeggen de mensen dat er in de hemel en op aarde vele goden en vele heren zijn (en er zijn heel wat zogenaamde goden en heren) wij weten wel beter.

Genesis 17:1 (Het Boek)

 1Toen Abram 99 jaar oud was, kwam de HERE bij hem en zei: "Ik ben de God de Almachtige; gehoorzaam Mij en leef als een oprecht man.

Genesis 17:10-12 (Het Boek)

 9-10 Uw gedeelte van het verbond bestaat uit het naleven van de regels. Dit is uw verplichting aan Mij: iedere mannelijke nakomeling moet worden besneden;

 11de voorhuid moet worden verwijderd. Dat zal voor Mij het teken zijn dat u en uw nakomelingen dit verbond accepteren en eerbiedigen.

 12Ieder jongetje moet acht dagen na zijn geboorte worden besneden. Dat geldt zowel voor een buitenlandse slaaf als voor iemand, die in uw huis is geboren.

Jesaja 52:1-2 (Het Boek)

 1Word wakker, word wakker, Jeruzalem en bekleed u met de kracht van God. Doe uw mooiste kleren aan, o Sion, Heilige Stad; want zondaars (zij die zich van God afkeren) zullen niet langer door uw poorten naar binnen komen.

 2Kom omhoog uit het stof, Jeruzalem; neem de slavenbanden van uw nek, gevangengenomen dochter van Sion.

Lukas 2:21 (Het Boek)

 21Acht dagen later werd de voorhuid van het kind weggesneden. Het kreeg de naam Jezus, zoals de engel had gezegd toen hij Maria kwam vertellen dat zij zwanger zou worden.

Filippenzen 3:5 (Het Boek)

 5Volgens voorschrift werd ik op de achtste dag besneden; ik ben een rasechte Jood uit de stam van Benjamin, een echte Hebreeër. Wat het naleven van de Joodse wetten betreft, behoorde ik tot de Farizeeërs.

 

Lukas 24:36-37 (Het Boek)

 36Terwijl zij nog aan het vertellen waren, stond Jezus plotseling bij hen.

 37Ze schrokken allemaal en dachten dat Hij een geest was.

Johannes 20:19 (Het Boek)

 19's Avonds zaten de discipelen bij elkaar. Zij hadden de deur op slot gedaan, omdat zij bang waren voor de Joden. Ineens was Jezus bij hen. "Vrede", zei Hij.

Johannes 20:21 (Het Boek)

 21"Vrede!" zei Jezus. "Zoals de Vader Mij gestuurd heeft, zo stuur Ik jullie."

Mattheüs 4:10 (Het Boek)

 10"Ga weg, satan", zei Jezus. "Er staat immers in de Boeken: 'Geef niemand anders eer dan de Here, uw God. Doe alleen wat Hij zegt."

Markus 14:35 (Het Boek)

 35Hij liep een stukje verder en liet Zich vallen. Hij vroeg God of het mogelijk was dat Hij al die verschrikkelijke dingen die voor Hem lagen, niet hoefde door te maken.

Markus 15:34 (Het Boek)

 34Om drie uur riep Jezus luid in het Aramees: "Eloï, Eloï, lama sabachthani?" Dit betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

 

Mattheüs 6:16 (Het Boek)

 16Nu iets over het vasten. Als u vast, doe dat dan niet opvallend zoals de huichelaars. Want die proberen, door er somber en onverzorgd uit te zien, de mensen te laten weten dat zij vasten. Dat is dan ook de enige beloning die zij ooit ervoor krijgen.

Mattheüs 2:4 (Het Boek)

 4Hij riep de leidende priesters en de godsdienstleraars bijeen en vroeg of zij wisten waar de Christus zou worden geboren.

Mattheüs 17:21 (Het Boek)

 21Dit soort boze geesten wordt alleen verdreven wanneer jullie ervoor bidden en vasten."

 

Mattheüs 5:27-29 (Het Boek)

 27-28 De wet van Mozes zegt: 'U mag geen overspel plegen.' Maar Ik zeg: Wie met begerige ogen naar een vrouw kijkt, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd.

 29Als uw oog dus slechte begeerten in u opwekt, ruk het dan uit en gooi het weg. Want het is beter één lichaamsdeel kwijt te raken, dan zelf in de hel te worden gegooid.

Hebreeën 13:4 (Het Boek)

 4Laat iedereen het huwelijk in ere houden. Man en vrouw moeten elkaar trouw blijven. Wie overspel pleegt, zal door God gestraft worden.

zwijn, Varkens

Leviticus 11:7-8 (Het Boek)

 4-7 Dat houdt in dat de volgende dieren niet mogen worden gegeten: de kameel (hij herkauwt wel, maar heeft geen gespleten hoeven); de klipdas (deze herkauwt ook, maar heeft evenmin gespleten hoeven); de haas (die herkauwt ook, maar heeft ook geen gespleten hoeven); het zwijn (deze heeft wel gespleten hoeven, maar herkauwt niet). Zij zijn alle onrein voor u.

 8Niemand mag hun vlees eten of hun kadavers aanraken; zij zijn verboden voedsel.

Deuteronomium 14:8 (Het Boek)

 8Varkens hebben wel gespleten hoeven, maar herkauwen niet; daarom mogen zij niet worden gegeten. U mag zelfs de kadavers van dergelijke dieren niet aanraken

Mattheüs 23:1-4 (Het Boek)

 1Jezus zei tegen de mensen en Zijn discipelen:

 2"De godsdienstleraars en de Farizeeërs moeten de wet van Mozes handhaven.

 3U moet precies doen wat zij zeggen. Maar hun voorbeeld mag u beslist niet volgen.

 4Ze doen zelf niet wat zij zeggen. Ze leggen de mensen enorme lasten op, maar steken er zelf geen vinger naar uit.

Mattheüs 5:17-20 (Het Boek)

 17Denk niet dat Ik ben gekomen om de wetten van Mozes en de woorden van de profeten opzij te schuiven. Ik ben juist gekomen om er de volle betekenis aan te geven.

 18Ik zeg u met nadruk: Tot de hemelen en de aarde vergaan, zal nog geen letter van de wet afgedaan hebben. Alles moet eerst volbracht zijn.

 19Wie tegen de mensen zegt dat het niet zo nauw luistert (en zelfs maar het kleinste gebod afschaft) zal de kleinste zijn in het Koninkrijk van de hemelen. Maar wie zich aan Gods wetten houdt (en anderen leert dat ook te doen) zal groot zijn in dat Koninkrijk.

 20Want Ik waarschuw u. Als uw oprechtheid niet groter is dan die van de godsdienstleraars en de Farizeeërs, komt u het Koninkrijk van de hemelen niet eens binnen.

Jesaja 66:15-17 (Het Boek)

 15Want kijk, de HERE zal komen met vuur en snelle wagens van vervloeking en Hij zal Zijn toorn als een vuur alles laten verbranden.

 16Want de HERE zal de wereld met vuur en met Zijn zwaard straffen en het aantal slachtoffers zal groot zijn!

 17Zij die afgoden aanbidden, verscholen achter een boom in de tuin en daar feestvieren met varkensvlees, muizen en ander verboden voedsel, zullen ellendig aan hun einde komen, zegt de HERE.

Jesaja 65:2-5 (Het Boek)

 2Maar mijn eigen volk (hoewel Ik de hele dag mijn armen wijd uitgespreid hield om het te verwelkomen) is opstandig geweest; het volgt zijn eigen slechte paden en gedachten.

 3Elke dag smijt het Mij beledigingen in het gezicht door in de tuinen afgoden te aanbidden en reukwerk te verbranden op de daken.

 4's Nachts begeven zij zich tussen de graven en grotten om boze geesten te vereren; zij eten varkensvlees en ander verboden voedsel.

 5Toch zeggen zij tegen elkaar: "Kom niet te dichtbij, anders verontreinig je mij! Want ik ben heiliger dan jij!" Ik kan ze niet meer zien. Dag in, dag uit maken ze Mij toornig.

 

wijn

Efeziërs 5:18 (Het Boek)

 18Drink niet teveel wijn, want daardoor verliest u de controle over uzelf. Wees daarentegen vol van de Heilige Geest.

Hosea 4:11 (Het Boek)

 11Wijn en vrouwen hebben mijn volk van het verstand beroofd.

Deuteronomium 21:20 (Het Boek)

 20'Deze zoon van ons is koppig en opstandig. Hij wil ons niet gehoorzamen; hij gooit met geld en drinkt teveel!'

1 Corinthiërs 5:11 (Het Boek)

 11Nu schrijf ik u echter helemaal niet om te gaan met iemand die, al zegt hij een gelovige te zijn, er op sexueel gebied maar op losleeft, egoïstisch is, afgoden dient, roddelt, teveel drinkt of anderen berooft. Met zo iemand moet u zelfs niet samen eten.

1 Corinthiërs 6:10 (Het Boek)

 10Verlaat Gods weg niet! Mensen die vrije sex voorstaan, afgoden dienen, overspel plegen of zich met homoseksuele praktijken inlaten, blijven buiten het Koninkrijk van God. Dat geldt ook voor dieven, gierigaards, dronkaards, roddelaars en oplichters.

1 Petrus 4:6 (Het Boek)

 6Het goede nieuws is ook gebracht aan mensen die nu reeds gestorven zijn. Hun lichaam werd veroordeeld zoals dat van alle mensen, maar hun geest kreeg het leven van God.

Galaten 5:19-22 (Het Boek)

 19Het is duidelijk wat de zondige natuur voortbrengt: Overspel, ontucht, vuiligheid en losbandigheid;

 20afgoderij en spiritisme; haat, ruzie, nijd, drift, rivaliteit, onenigheid, sektarisme,

 21jaloezie, dronkenschap, onmatigheid en meer van dergelijke dingen. Ik heb u al eens eerder gezegd dat mensen die dat soort dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen ontvangen.

 22Maar de Heilige Geest brengt ons tot betere dingen: Liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, mildheid, trouw, tederheid en zelfbeheersing.

Romeinen 13:13 (Het Boek)

 13Leef zuiver, zoals het hoort. Doe niet mee aan allerlei uitspattingen, waarbij eten, drank en sex centraal staan. Maak geen ruzie en wees niet jaloers.

Romeinen 14:21 (Het Boek)

 21Wie vlees eet en het daardoor een andere gelovige moeilijk maakt, moet het laten. Met wijn drinken of iets anders is het net zo.

Lukas 1:15 (Het Boek)

 15Uw zoon wordt één van Gods grote mannen. Hij mag geen druppel wijn of sterke drank drinken en al voor zijn geboorte zal hij vol zijn van de Heilige Geest.

Jesaja 28:7 (Het Boek)

 7Maar ook Jeruzalem wordt door dronkaards geleid! Haar priesters en profeten wankelen en waggelen. Zij maken domme fouten en begaan grote vergissingen.

Jesaja 5:12 (Het Boek)

 12Zij zorgen voor prachtige muziek op hun grote feesten; de orkesten spelen uitstekend! Maar aan de HERE en wat Hij doet, denken zij niet.

Spreuken 20:1 (Het Boek)

 1Wijn maakt een mens overmoedig en sterke drank zorgt voor veel opwinding; het is niet verstandig teveel te drinken.

Spreuken 26:9-10 (Het Boek)

 9Een dronkaard kan netzomin omgaan met een doorn in zijn hand als een dwaas met een spreuk.

 10Wie dwazen en dronkaards in dienst neemt, zal daar anderen schade mee berokkenen.

Spreuken 31:5 (Het Boek)

 5want als de koning teveel drinkt, loopt hij gevaar de rechtvaardigheid uit het oog te verliezen, wat de onderdrukten kan benadelen.

Spreuken 23:20 (Het Boek)

 20Houd je afzijdig van drinkebroers en veelvraten;

Spreuken 23:31 (Het Boek)

 31Verlang niet naar de wijn, die rood fonkelt en heerlijk geurt in de beker; die drinkt wel heel gemakkelijk,

Richtere 13:14 (Het Boek)

 14Zij mag niets eten van de wijnstok (dus geen druiven of rozijnen) en geen wijn of sterke drank drinken of iets eten wat onrein is. Zij moet zich stipt houden aan wat Ik haar heb geboden."

Spreuken 13:7 (Het Boek)

 7Er zijn mensen die zich rijk voordoen, maar in werkelijkheid niets hebben; anderen gedragen zich als armen, maar zijn in werkelijkheid rijk.

Spreuken 13:13-14 (Het Boek)

 13Wie Gods woord en Zijn lessen veracht, komt dat duur te staan; waar wie eerbiedig ontzag koestert voor het gebod zal Gods genade ondervinden.

 14De lessen van een wijze zijn een bron van leven en helpen dodelijke vallen te ontlopen.

Leviticus 10:9 (Het Boek)

 9-11 Dit geldt ook voor uw zonen en uw hele nageslacht, van generatie op generatie, want u moet kunnen onderscheiden wat heilig en onheilig is, wat rein en onrein is en het volk onderwijzen in de wetten die Ik, de HERE, door Mozes heb gegeven.?

Numberi 6:3 (Het Boek)

 3-4 mag hij gedurende zijn speciale wijding aan de HERE geen sterke drank of wijn drinken. Zelfs jonge wijn, druivesap, druiven en rozijnen zijn verboden voor hem! Hij mag niets eten dat afkomstig is van de wijnrank, zelfs de pitten en velletjes niet.

Ezechiël 44:21 (Het Boek)

 21Geen enkele priester mag wijn drinken voordat hij de binnenste voorhof ingaat.

Micha 2:11 (Het Boek)

 11"Ik profeteer dat u wijn en sterke drank zult krijgen"; dat is het soort dronken leugenprofetie dat u graag hoort.

Jeremia 35:6 (Het Boek)

 6maar zij weigerden. "Nee", zeiden zij, "wij drinken niet, want onze voorvader Jonadab, de zoon van Rechab, heeft bevolen dat geen van ons of onze kinderen ooit wijn mag drinken.

 

1 Corinthiërs 11:5-6 (Het Boek)

 5Maar als een vrouw bidt of namens God spreekt met onbedekt hoofd, is dat een schande voor haar man. Dan staat zij gelijk aan een vrouw die kaalgeschoren is.

 6Als een vrouw niets op haar hoofd wil dragen, kan zij net zo goed haar haren laten afknippen. Maar als zij dat onfatsoenlijk vindt, moet zij iets op haar hoofd dragen.

 

Mohammed (S.A.W) in de Bijbel

 

Deuteronomium 14:8 (Het Boek)

 8Varkens hebben wel gespleten hoeven, maar herkauwen niet; daarom mogen zij niet worden gegeten. U mag zelfs de kadavers van dergelijke dieren niet aanraken.

Johannes 16:7-9 (Het Boek)

 7Wat Ik zeg, is de waarheid. Toch is het voor u beter dat Ik wegga, anders kan mijn Plaatsvervanger niet bij u komen. Als Ik wegga, stuur Ik Hem naar u toe.

 8Als mijn Plaatsvervanger komt, zal Hij de mensen in de wereld overtuigen van zonde, rechtvaardigheid en oordeel.

 9Van zonde omdat zij weigeren in Mij te geloven.

Johannes 16:13 (Het Boek)

 13-14 Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u de weg wijzen naar de volledige waarheid. Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort. Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren. Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij grootmaken.

Johannes 14:29 (Het Boek)

 29Ik zeg het nu alvast. Als Ik straks weg ben, zult u in Mij geloven.

"Bent u dan de profeet die komen zou?"

Johannes 1:19-22 (Het Boek)

 19De Joodse leiders stuurden priesters en tempeldienaars naar Johannes om te vragen wie hij was.

 20"Ik ben de Christus niet", vertelde hij hun.

 21"Wie dan wel?" vroegen zij. "Elia?" "Nee", antwoordde hij. "Bent u dan de profeet die komen zou?" was hun volgende vraag. "Ook niet", zei Johannes.

 22"Maar wie bent u dan? Zeg het alstublieft, anders kunnen wij niet eens antwoord geven aan de mensen die ons gestuurd hebben."

("Bent u dan de profeet die komen zou?").

Profeet=Muhammad (S.A.W)

 

Bijbel

Is het God's woord?

1 Samuël 18:27-28 (Het Boek)

 27trokken hij en zijn mannen erop uit en doodden tweehonderd Filistijnen. David zelf bood de voorhuiden van de doden aan de koning aan. Daarop schonk Saul zijn dochter Michal aan David en werd deze zijn schoonzoon.

 28Toen Saul zich realiseerde hoe de HERE David hielp en hoeveel zijn dochter Michal van hem hield,

Ezechiël 23:19-21 (Het Boek)

 19-20 Maar dat deed haar niets. Zij begon zelfs op nog grotere schaal prostitutie te bedrijven, toen zij zich de tijd herinnerde dat zij een prostituée in Egypte (D) was. Daar leefde zij zich uit met mannen die zich lieten leiden door dierlijke driften.

 21En zo vierde u de dagen van vroeger, toen u uw maagdelijkheid aan de Egyptenaren gaf.

Jesaja 47:1-3 (Het Boek)

 1Och onoverwinnelijk Babel, kom in het stof zitten. Uw dagen van glorie, luister en hoog aanzien zijn voorbij. O dochter van de Chaldeeën, u zult nooit meer een lieflijke prinses zijn, teer en wondermooi.

 2Pak de handmolen en maal het koren; leg uw sluier maar af (A), schort uw jurk op en loop zo voor schut.

 3U zult beschaamd zijn als u ontbloot door rivieren zult waden. Ik zal wraak op u nemen en geen genade kennen."

Jesaja 32:11 (Het Boek)

 11Beef, vrouwen van het gemakkelijke leven; dit is iets wat u wel degelijk aangaat. Doe uw mooie kleren uit en trek een rouwgewaad aan.

Ezechiël 16:37 (Het Boek)

 37zal Ik het volgende gaan doen: Ik zal al uw bondgenoten verzamelen (deze minnaars met wie u hebt gezondigd, zowel zij van wie u hield en zij die u haatte) en Ik zal u naakt tentoonstellen voor hen, door u de kleren van het lijf te scheuren waar zij bij zijn.

Hosea 3:1 (Het Boek)

 1De HERE zei tegen mij: "Ga uw vrouw weer halen, breng haar bij u terug en heb haar lief, ook al pleegt zij graag overspel met andere mannen. Want Ik, de HERE, heb Israël nog steeds lief, ook al heeft zij zich gewend tot afgoden en hun mooie geschenken geofferd."

700 vrouwen, 300 bijvrouwen

1 Koningen 11:3 (Het Boek)

 3Hij had 700 vrouwen van vorstelijke afkomst en 300 bijvrouwen en deze waren de aanleiding dat hij zijn hart van de HERE afkeerde,

Richtere 21:10-11 (Het Boek)

 8-11 Toen bedachten zij dat ze iedereen zouden doden, die weigerde naar Mizpa te komen; en zij ontdekten dat uit Jabes in Gilead niemand de bijeenkomst had bijgewoond.

Mijn zusje, mijn bruid

Hooglied 4:9-12 (Het Boek)

 9Mijn zusje, mijn bruid, ik ben helemaal in jouw ban. Na één blik van jou kon ik je niet meer vergeten. Alleen je sieraden al maakten dat ik de jouwe wilde zijn.

 10Mijn zusje, mijn bruid, jouw liefde is mij alles waard. Die smaakt mij beter dan de lekkerste wijn. De geur van jouw zalfolie is heerlijker dan die van specerijen.

 11Mijn bruid, je lippen glanzen alsof er honing op ligt. Onder je tong proef ik melk en honing. De geur van je kleding lijkt op de geuren van de Libanon.

 12Mijn zusje, mijn bruid, je bent nu nog als een tuin zonder toegang; als een waterput afgedekt met een deksel, een bron die verzegeld is.

Jesaja 47:1-3 (Het Boek)

 1Och onoverwinnelijk Babel, kom in het stof zitten. Uw dagen van glorie, luister en hoog aanzien zijn voorbij. O dochter van de Chaldeeën, u zult nooit meer een lieflijke prinses zijn, teer en wondermooi.

 2Pak de handmolen en maal het koren; leg uw sluier maar af (A), schort uw jurk op en loop zo voor schut.

 3U zult beschaamd zijn als u ontbloot door rivieren zult waden. Ik zal wraak op u nemen en geen genade kennen."

Ezechiël 16:37 (Het Boek)

 37zal Ik het volgende gaan doen: Ik zal al uw bondgenoten verzamelen (deze minnaars met wie u hebt gezondigd, zowel zij van wie u hield en zij die u haatte) en Ik zal u naakt tentoonstellen voor hen, door u de kleren van het lijf te scheuren waar zij bij zijn.

Jesaja 36:12 (Het Boek)

 12Maar hij antwoordde: "Mijn meester wil dat iedereen in Jeruzalem dit hoort en niet alleen u. Hij wil dat zij weten dat, als u zich niet overgeeft, de stad zal worden belegerd, totdat iedereen zo hongerig en dorstig is, dat hij zijn eigen uitwerpselen eet en zijn urine drinkt."

Deuteronomium 28:30 (Het Boek)

 30Iemand anders zal met uw verloofde trouwen; iemand anders zal in het huis wonen dat u bouwde en iemand anders zal de druiven eten van de wijngaard die u plantte.

 

Wij hebben een klein zusje;

zij heeft zelfs nog geen borsten

Hooglied 8:8-10 (Het Boek)

 8Wij hebben een klein zusje; zij heeft zelfs nog geen borsten. Wat moeten wij doen als op een dag iemand om haar komt?

 9Als zij zich in reinheid bewaart, zullen wij haar daarvoor prijzen. Maar als zij zich te gemakkelijk geeft, zullen wij dat verhinderen.

 10Ik heb mijzelf in reinheid bewaard tot nu toe. Nu ben ik voor hem degene, die zich volkomen geven wil.

bloedschande

 Bloedschande (Incest)

Genesis 19:35-36 (Het Boek)

 35Die avond voerden zij hun vader weer dronken en het jongste meisje ging de grot in en sliep met haar vader. Net als de eerste keer merkte Lot er niets van.

 36Zo raakten de beide meisjes in verwachting van hun vader.

Genesis 35:22 (Het Boek)

 22Daar sliep Ruben met Bilha, zijn vaders bijvrouw, en iemand vertelde dat aan Israël.

Genesis 49:4 (Het Boek)

 4Maar jij bent net zo onrustig als de golven van de zee en je zult niet langer de eerste zijn. Ik heb je je plaats ontnomen, omdat je met één van mijn vrouwen hebt geslapen en mij op die manier hebt onteerd.

2 Samuël 16:22 (Het Boek)

 22Zo werd op het dak van het paleis, waar iedereen het kon zien, een tent opgezet. En Absalom ging daar bij zijn vaders vrouwen liggen.

2 Samuël 13:1-3 (Het Boek)

2 Samuël 13

 1Absalom, één van Davids zonen, had een knappe zuster, Tamar. Haar halfbroer Amnon werd verliefd op haar.

 2Amnon kreeg het daar zo moeilijk mee, dat hij ziek werd van liefdesverdriet. Omdat zij een maagd was, besefte Amnon dat hij haar onmogelijk kon benaderen.

 3Amnon had echter een vindingrijke vriend: zijn neef Jonadab, de zoon van Davids broer Simea.

2 Samuël 13:11-14 (Het Boek)

 11Tamar bracht het naar hem toe, maar toen zij voor hem stond, greep hij haar en zei: "Kom bij mij in bed."

 12"O Amnon", riep zij. "Doe niet zo dom! Doe mij dit niet aan! Je weet heel goed dat dit een grote misdaad is in Israël.

 13Waar zou ik met mijn schande naar toe moeten? En jij zou als één van de grootste dwazen in Israël worden beschouwd. Alsjeblieft, vraag het dan gewoon aan de koning; die zal je heus wel toestaan met mij te trouwen."

 14Maar hij luisterde niet naar haar en omdat hij sterker was, wist hij haar te overmeesteren en verkrachtte haar.

2 Samuël 13:19-20 (Het Boek)

 19Zij scheurde de jurk kapot en legde as op haar hoofd en met de handen voor haar gezicht liep zij huilend weg.

 20Haar broer Absalom vroeg haar: "Is het waar dat Amnon je heeft verkracht? Stil maar, gelukkig is het binnen de familie gebleven. Je hoeft je nergens zorgen over te maken." Zo nam Tamar als een eenzame vrouw haar intrek in Absaloms verblijven.

Genesis 38:9 (Het Boek)

 9Maar Onan zat helemaal niet te wachten op een kind, dat hij nooit het zijne zou kunnen noemen. Hij trouwde wel met Tamar, maar elke keer dat zij met elkaar sliepen, verspilde hij zijn zaad, zodat zij geen kind kon krijgen dat aan zijn broer behoorde.

Genesis 38:15-18 (Het Boek)

 15Juda zag haar toen hij langs kwam en dacht dat zij een prostituée was, omdat zij een sluier droeg.

 16Hij kwam op haar af en stelde haar voor met hem te slapen, niet wetend dat zij zijn eigen schoondochter was. "Wat betaalt u mij daarvoor?" vroeg zij.

 17"Ik zal u een jonge geit uit mijn kudde sturen", beloofde hij. "Kunt u mij een onderpand geven, zodat ik zeker weet dat u die geit zult sturen?" wilde zij weten.

 18"Welk onderpand zou u willen hebben?" informeerde hij. "Uw zegelring en uw wandelstok", antwoordde zij. Die gaf hij haar. Daarna liep hij met haar mee en zij sliepen met elkaar. Zo raakte zij in verwachting.

 

Jesaja 36:12 (Het Boek)

 12Maar hij antwoordde: "Mijn meester wil dat iedereen in Jeruzalem dit hoort en niet alleen u. Hij wil dat zij weten dat, als u zich niet overgeeft, de stad zal worden belegerd, totdat iedereen zo hongerig en dorstig is, dat hij zijn eigen uitwerpselen eet en zijn urine drinkt."

1 Koningen 17:5-6 (Het Boek)

 5Elia deed wat de HERE hem had opgedragen en sloeg zijn kamp op bij de beek.

 6De raven brachten hem elke morgen en avond brood en vlees en hij dronk water uit de beek.

Richtere 15:15-16 (Het Boek)

 15Hij pakte een ezelskaak op van de grond en sloeg daarmee duizend Filistijnen dood.

 16-17 "De een na de ander, sloeg ik duizend man dood; en dat met één ezelskaak!" zei Simson. Hij gooide de kaak weg. Daarom heet die plaats nog steeds Ramath Lechi, 'Kaakheuvel'.

Bijbel:Is het God's woord?

Johannes 8:32 (Het Boek)

 32Dan zult u de waarheid kennen en door de waarheid bevrijd worden."

Mohammed (S.A.W) in de Bijbel

Deuteronomium 18:15 (Het Boek)

 15De HERE zal een profeet in uw midden laten opstaan, iemand zoals ik. U moet naar hem luisteren en hem gehoorzamen.

Deuteronomium 18:19 (Het Boek)

 19Ik zal rekenschap vragen van de man, die niet gelooft wat hij namens Mij zegt.

Ezechiël 27:20-21 (Het Boek)

 20terwijl Rhodos dure zadeldekens te koop aanbiedt.

 21De Arabieren en Kedars rijke handelskoningen brengen u lammeren, rammen en geiten.

Jesaja 21:13-15 (Het Boek)

Dit is Gods profetie over Arabië.

13Karavanen van de Dedanieten, u zult u verschuilen in de wouden van Arabië.

 14Volk van Tema, breng deze dorstige vluchtelingen voedsel en water.

 15Zij zijn gevlucht voor getrokken zwaarden, scherpe pijlen en de verschrikkingen van de oorlog!

Psalmen 84:5-7 (Het Boek)

 5 Gelukkig zijn de mensen die heel dicht bij U leven; zij zingen lofliederen voor U.

 6 Gelukkig zijn de mensen die Uw kracht kennen en ervaren; zij weten hoe zij op Uw weg moeten blijven.

 7 Wanneer zij in hun leven door een donker dal gaan, ontspringen daar opeens allemaal bronnen. Problemen veranderen in zegeningen.

 

Jesaja 42:11 (Het Boek)

 11Voeg u bij het koor, steden in de woestijn, Kedar en Sela! En u ook, bewoners van de bergen.

Johannes 16:7 (Het Boek)

 7Wat Ik zeg, is de waarheid. Toch is het voor u beter dat Ik wegga, anders kan mijn Plaatsvervanger niet bij u komen. Als Ik wegga, stuur Ik Hem naar u toe.

Johannes 14:16 (Het Boek)

 16Ik zal de Vader bidden of Hij een Plaatsvervanger wil sturen, Die altijd bij u zal blijven.

Johannes 16:8 (Het Boek)

 8Als mijn Plaatsvervanger komt, zal Hij de mensen in de wereld overtuigen van zonde, rechtvaardigheid en oordeel.

Johannes 14:30-31 (Het Boek)

 30Ik heb niet veel tijd meer om met u te praten, want de overheerser van de wereld is in aantocht en heeft niets met Mij te maken.

 31De wereld moet echter weten dat Ik van de Vader houd en uitsluitend doe wat Hij Mij opdraagt. Kom, laten wij hier vandaan gaan."

Muhammad(S.A.W)

Deuteronomium 18:15 (Het Boek)

 15De HERE zal een profeet in uw midden laten opstaan, iemand zoals ik. U moet naar hem luisteren en hem gehoorzamen.

Genesis 25:13-16 (Het Boek)

 12-15 Hier is een lijst, in volgorde van geboorte, van de zonen van Ismaël, de zoon van Abraham en Hagar, de Egyptische dienares van Sara: Nebajoth, Kedar, Adbeël, Mibsam, Misma, Duma, Massa, Hadar, Tema, Jetur, Nafis en Kedma.

 16Deze twaalf zonen werden voorvaders van stammen, die hun namen droegen.

Ezechiël 27:20-21 (Het Boek)

 20terwijl Rhodos dure zadeldekens te koop aanbiedt.

 21De Arabieren en Kedars rijke handelskoningen brengen u lammeren, rammen en geiten.

Gods profetie over Arabië

Jesaja 21:13-15 (Het Boek)

 13Dit is Gods profetie over Arabië. Karavanen van de Dedanieten, u zult u verschuilen in de wouden van Arabië.

 14Volk van Tema, breng deze dorstige vluchtelingen voedsel en water.

 15Zij zijn gevlucht voor getrokken zwaarden, scherpe pijlen en de verschrikkingen van de oorlog!

Psalmen 84:5-7 (Het Boek)

 5 Gelukkig zijn de mensen die heel dicht bij U leven; zij zingen lofliederen voor U.

 6 Gelukkig zijn de mensen die Uw kracht kennen en ervaren; zij weten hoe zij op Uw weg moeten blijven.

 7 Wanneer zij in hun leven door een donker dal gaan, ontspringen daar opeens allemaal bronnen. Problemen veranderen in zegeningen.

Kedar en Sela (Madinah)

Jesaja 42:11 (Het Boek)

 11Voeg u bij het koor, steden in de woestijn, Kedar en Sela! En u ook, bewoners van de bergen.

 

"Bent u dan de profeet die komen zou?"

 

Johannes 8:32 (Het Boek)

 32Dan zult u de waarheid kennen en door de waarheid bevrijd worden."

Johannes 14:16 (Het Boek)

 16Ik zal de Vader bidden of Hij een Plaatsvervanger wil sturen, Die altijd bij u zal blijven.

Johannes 16:7-8 (Het Boek)

 7Wat Ik zeg, is de waarheid. Toch is het voor u beter dat Ik wegga, anders kan mijn Plaatsvervanger niet bij u komen. Als Ik wegga, stuur Ik Hem naar u toe.

 8Als mijn Plaatsvervanger komt, zal Hij de mensen in de wereld overtuigen van zonde, rechtvaardigheid en oordeel.

 Johannes 16:13 (Het Boek)

 13-14 Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u de weg wijzen naar de volledige waarheid. Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort. Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren. Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij grootmaken.

Johannes 14:30-31 (Het Boek)

 30Ik heb niet veel tijd meer om met u te praten, want de overheerser van de wereld is in aantocht en heeft niets met Mij te maken.

 31De wereld moet echter weten dat Ik van de Vader houd en uitsluitend doe wat Hij Mij opdraagt. Kom, laten wij hier vandaan gaan."

"Bent u dan de profeet die komen zou?"

Johannes 1:20-21 (Het Boek)

 20"Ik ben de Christus niet", vertelde hij hun.

 21"Wie dan wel?" vroegen zij. "Elia?" "Nee", antwoordde hij. "Bent u dan de profeet die komen zou?" was hun volgende vraag. "Ook niet", zei Johannes.

De profeet die komen zou (Mumammad S.A.W)

 

Johannes 8:32 (Het Boek)

 32Dan zult u de waarheid kennen en door de waarheid bevrijd worden."